zaterdag 31 januari 2009

Algen & klei, op weg naar gezond leven


 

Ken je dat gevoel? Opgeblazen buik, maag in de war, duf, nergens zin in..
Tijd voor gezond leven.
En dan zie je plots dè advertentie : Spirulina en appels verjongen de hersenen.

Nou heb ik een zwak voor appels dus dat zit alvast goed..

Spirulina is een alg met een extreem hoge antioxidantwaarde, in tabletvorm dus prima te doen.

Groene leem is ook zo’n product met een wervende tekst.
Groene leem zuigt de gifstoffen uit het lichaam op en geeft de minerale af, zowel inwendig als uitwendig. Het stimuleert de doorstroming van het bloed en activeert de heropbouw van de rode bloedlichaampjes. Bovendien remt het de bacteriologische activiteiten. Daarnaast neemt het geur en uitscheidingen van de huid op. Groene leem verzacht en ontspant plaatselijke ontstekingen èn het ruimt onderhuidse bloeduitstortingen op.
Wat kan een mens nog meer willen?

Al rondsnuffelend kom je zo veel reinigende en helende dingen tegen. Maar eerlijk is braaf, er kan natuurlijk niks op tegen appels, algen en klei. Beetje vasten en klaar is de schoonmaak. Paar liter heerlijk helder gemeentepils erbij in en je kunt niet meer stuk.

Iemand zin in een snack tussendoor?

Mocht je toch nog knabbelbehoefte hebben naast de appels, dan kun je terecht bij de komkommer; een groente die veel oplosbare vezels maar weinig antioxidanten bevat. Vult prima maar doet verder niet heel veel.

Een goede spijsvertering is essentieel voor een goede gezondheid. Je wilt tenslotte geen overvloed aan ama.
Voeg veel reinigende groenten en fruit toe aan je dieet. Voorbeelden van reinigende groenten zijn, radijs, daikon, kool en selderij. Pruimen, ananas, papaja en granaatappel helpen je spijsvertering en reiniging.
Verse kruiden als koriander, munt, verse gember en citroen reinigen en ontgiften je systeem. Specerijen als geelwortelpoeder (koenjit of kurkuma), komijn, koriander, kruidnagel, gemberpoeder, kaneel en venkel in het eten bevorderen de spijsvertering en hebben een reinigende werking.

Met schoon bloed, een fris ruikend huidje en ontspannen ontstekingen kun je er weer helemaal tegen. Je hersenen zijn weer een jaartje jonger en geen bacterie die nog een vin tussen de cellen krijgt.

zondag 25 januari 2009

Geluk is de kunst een boeket te maken van de bloemen waar je bij kunt.


Ken je dat? Je koopt een staatslot en wint helemaal niks. Je krast een lot en je hebt wel twee gelijken. Je speelt de lotto en de underdog wint.

Niks wil zoals het kan. Het zal wel weer een rijke stinkerd zijn die drie straatjes heeft gekocht bij de winkel in Zwolle die zoveel prijzen levert. Jij als simpele ziel zult niet rijk worden.

Maar je kunt je rijk voelen.
Je hebt iedere dag te eten. Er zijn mensen die van je houden. Je hebt een dak boven je hoofd. Een baan waar je misschien jezelf niet helemaal in kwijt kunt, maar de vaste lasten worden er toch maar mooi mee betaald.

Hoe arm moet je dat zijn als je stinkend rijk bent en volslagen langs je partner heen leeft. Je moet tenslotte wel naar al die feestjes en partijen van je collega-rijkaards. Golfen of naar de opera, een opening of première bijwonen. Je kind moet natuurlijk naar tennisles en paardrijden. Een dochter gaat op ballet en een zoon op hockey. Al mag je tegenwoordig ook gezien worden met een dochter op hockey. Je schoenen moeten van het juiste merk zijn, net als de rest van je outfit. Onderweg naar alle leuke dingen van het rijk-zijn kom je je partner nog wel tegen maar echt samen iets doen is er niet meer bij.

De rijken onder ons zijn niet noodzakelijkerwijs rijk van geld. Picknicken in het park, rondje wandelen met de hond op zondag, window-shopping op zondag als het geen koopzondag is. Een rondje langs de pinautomaat doen we maar één maal per week; vaker betaalt het ding toch niet uit. We hebben een hele doos met coupons, zegeltjes, pasjes met punten en kassabonnen van de afgelopen week (voor als er een cash-back actie komt).

Dat zijn de leuke dingen van het niet-rijk zijn. We checken alle folders om te vergelijken waar we wat kunnen kopen. Als we online iets willen kopen, vergelijken we onderling de prijzen. En als het gratis kan… dan kan het gratis. Natuurlijk kun je ook andere mensen helpen om van spullen af te komen. Spaar het milieu door te recyclen. ´s Avonds krullen we tegen elkaar op de bank en kijken naar wat er ook maar op tv te zien is.

Maar rijkdom is meer dan geld of bezit. Het is iemand hebben die van je houdt. Een gezin dat nog aan elkaar hecht. Een dag samen in de zon. Blij zijn met de dingen die je hebt en de dromen die je houdt. Wetend dat er daarbuiten iemand van gekkigheid niet weet waar hij zijn geld vandaag aan uit moet geven. De arme ziel. We sparen onze zegeltjes en kleingeld in de hoop dat we rijk worden. Als het maar niet stinkend rijk is! Een handje vol is prima.

zaterdag 24 januari 2009

Management inc.





Je kent ze wel, de mannen die weten wat ze zijn en kunnen. Als een pauw lopen ze op de werkvloer. Kijken statig naar links en statig naar rechts om te zien hoe de burgerij zich een slag in de rondte werkt.

Vanuit het niets komt hij om hoog op de ladder. Geen stap laat hij ongebruikt, geen trede slaat hij over.

Helaas is dit type niet bestand tegen een grote hoeveelheid stress. En dat merk je als onderdaan direct. Bij de minste fout die zo'n nietsnut maakt is het zover. Plots komt er een uithaal die bij een WK Boksen niet zou misstaan. Je ziet hem niet aankomen en gaat dus KO in de eerste ronde.

Gevolg is dat je grofweg twee mogelijkheden hebt. Terugslaan of opletten zodat je de volgende mep kunt ontwijken.
Wat doe je als type één? Hard en genadeloos sla je terug. Daarvoor heb je natuurlijk niet alleen vuisten. De mep zelf kun je doorswingen. De kracht van je tegenstander gebruiken in je eigen aanval. Ja ja, aikido ten top.
Heb ik al eens vertelt dat werken topsport kan zijn? Nou, bij deze dan nogmaals. Aikido...

Er komt een volslagen onterechte aanval die je met geen mogelijkheid had kunnen voorspellen. Geen grijze cel in je hoofd die dat kon bedenken.
Een putter mailt. En dat is goed. Mail heeft de fijne mogelijkheid om doorgestuurd te worden. Stel, een groep stelt een plausibele vraag. De mogelijkheid om het verzoek in te willigen is ruimschoots aanwezig. Maar aangezien je niet tot de puttersfamilie behoort, kun je het niet inwilligen.
Je geeft de groep aan dat je het verzoek beschrijft en doorstuurt aan de putter. Met uiteraard het vriendelijke verzoek om het verzoek in te willigen en de groep daarvan op de hoogte te brengen. Natuurlijk gun je de putter zijn glorie.

Maar dan komt het. De putter maakt een misstap op de ladder en stelt de vraag bij de verkeerde opperputter. Die wijst het verzoek af en keer het de volle 100%. Daar waar het verzoek was om niet te hoeven werken, wordt het bevel extra werken.

Beschaamd ziet de putter het resultaat van zijn kronkelen. Dat is niet goed voor zijn gloriebehoefte en dus mag jij de boodschap gaan brengen.
Nu komt het mooiste moment. In de mail staat een bijna Duits bevel. En dat mail je door aan de groep met het verzoek. Het beeld van de putter wordt aangepast.

Hij wordt nu gezien met zijn werkelijke gezicht. Nooit kun je hem de rug toekeren. Hij zal niet voor of achter je staan, maar je laten vallen wanneer het zo uitkomt. En zijn grote perkamenten rol houdt hij angstvallig dicht, zijn bedoelingen worden nooit helemaal duidelijk...

Heb je er ook zo één op het werk?
Leer Aikido en overleef!

vrijdag 9 januari 2009

epidemie




Voel jij je ook zo beroerd?




Er heerst weer van alles. Er ontstaat op de werkvloer een ware wedloop om de 'meest zieke man'. Hoofdpijn, keelpijn, schor zijn, pijn op de longen, spierpijn en rugpijn. Er worden metaforen gebruikt als 'het voelt alsof er een bus over me heen is gereden' en 'die hoofdpijn zit achter mijn ogen, je weet wel, alsof er daar een kaboutertje zit dat je ogen eruit probeert te duwen'.

Er is geen zieker mens dan een zieke man. Bij iedere hoest zie je het weer gebeuren. Hij krimpt in elkaar en er komt een erbarmelijk geluid. Het gezicht wordt vermoeid en hulpeloze ogen blikken rond om te zien of er hulp in de buurt is. Een vriendelijk woord of een hand op de schouder kan al wonderen doen.

Ook komt de handelaar in ons weer boven. Er ontstaat een ruilhandel in pijnstillers (paracetamol en ibuprofenen strijden om de eerste plek), hoesttabletten, zuigtabletten enz.

We zien zakdoekjes in gewone papieren vorm maar ook de meer luxe versies met daarin een balsam of luchtje. Op een drukke werkvloer geef ik de voorkeur aan de doekjes met luchtjes. Kamille en aloë vera geuren prima en geven toch een prima aroma. Veel beter dan de zomerse zweetlucht of de 'ik doe mijn schoenen uit' geurtjes.

Vitamines doen het deze dagen ook goed. We hebben de C en de C+, de homeopatische tabletten met allerlei 'beter voorkomen dan genezen' en varianten waarbij je verder nog nooit heb bedacht dat het zou helpen.

Agenda's worden met elkaar vergeleken om te zien wanneer de huisarts bezocht wordt. De prijzen van snoepjes en dropjes zijn plotseling bekender dan de beurskoersen of de bustijden.

In groepjes bij de koffie automaat wordt besproken hoe ongevoelig de partners en familieleden van deze zieke mensen zijn. Totaal geen begrip van de situatie. Hoeveel zelfopoffering er nodig is om hier nu aan het werk te zijn. De inspanning die het kost en het leed dat hierdoor ontstaat.

De die-hards blijven al sputterend aan het werk. Sommigen merken hoe vermoeiend het is om ziek te zijn en herstellen miraculeus. Anderen zijn minder fortuinlijk en moeten ziek naar huis, blijven vervolgens een aantal dagen op bed liggen zwelgen.

Al met het al is het maar goed dat mannen niet uitgerust zijn om kinderen te krijgen. Als dat zo geregeld was, zou het enige voordeel zijn dat de overbevolking voorkomen was. Maar dat is een ander gespreksonderwerp.

Voor alle zieken: Van Harte Beterschap. Voor alle gezonden: Veel Wijsheid.

dinsdag 6 januari 2009

a man and his toys


Nogmaals een bericht van de zeer gewaardeerde schrijvende kennis

Het verschil tussen een man en een kind lijkt voornamelijk te liggen in het prijskaartje dat aan de speeltjes hangt. Om een voorbeeld te noemen, één van de centrale punten in de inrichting van een stereotype vrijgezelle man is een tv. Meestal grootbeeld 16:9 flatscreen, strategisch daarom heen staan een dvd speler (met HD), een video, minimaal 1 game console en een surround sound systeem. Recht daarvoor staat de bank of zijn luie stoel. Die centrale objecten vormen de basis van z’n inrichting. Vrijgezelle vrouwen doen het meestal met een kleinbeeld tv ergens in de hoek met een oude video. Mannen zijn dol op speeltjes die voldoen aan hun definitie van functioneel. Meestal dus multifunctioneel met een heleboel aansluitmogelijkheden en hulpstukken.

In tegenstelling tot wat algemeen gedacht wordt, hebben mannen helemaal geen hekel aan winkelen. Mannen hebben een hekel aan winkelen zolang ze het te kopen object niet interessant vinden. Een overhemd, is een overhemd is een overhemd en daarom is het kopen daarvan niet leuk. Boormachines en dergelijke zijn uiteraard heel iets anders. De gemiddelde doe-het-zelf gek kan minstens zolang over het aankoop proces van een nieuwe machine praten als een vrouw over een middagje sjoppen naar schoenen. Waarschijnlijk hebben vrouwen net zo’n hekel aan op jacht gaan naar een stuk gereedschap met wederhelft, als mannen aan het sjoppen naar schoenen voor vrouwlief. Mannen zijn alleen zo aardig om de partner niet mee te vragen.

Als mannen meegaan kleren kopen voelen ze zich vaak niet echt op hun plaats. Naast het feit dat er meer tinten lichtblauw blijken te zijn dan dat ik me kan voorstellen en dat die nog allemaal een naam schijnen te hebben, is kleren kopen met een vrouw altijd een soort van mijnenveld. Als je gevraagd wordt hoe iets staat, wordt niet om jouw mening gevraagd. Je moet haar mening tactisch en geloofwaardig bevestigen, wat je zelf ook vindt. Over uitdagingen gesproken.

Vrouwen onderling hebben de neiging om nieuwtjes over bekenden uit te wisselen. Meestal gaat dat ongetwijfeld allemaal heel liefelijk en aardig, maar soms heb je de neiging om zo’n clubje dames te vragen of ze misschien zin hebben om wat knabbelen. Kittekat brokjes bijvoorbeeld. Mannen roddelen ook, maar zelden echt onvriendelijk. Zij hebben het eerder over hun nieuwste aankoop. En dan opscheppen over de eigen mogelijkheden en andere modellen afkraken. Degene met de grootste, of die de meeste jaloerse blikken scoort, heeft gewonnen. Waarschijnlijk is dat ook altijd zo geweest. Ik stel me zo voor dat er een paar duizend jaar geleden een stel homo erectii om een vuur bezig waren om hun knuppels te vergelijken.

Apparatuur hoeft objectief gezien niet nuttig te zijn. De nieuwste versie van de GSM zal voor de meeste abonnees niet uit kunnen. Apparaten die alle snufjes hebben, gaan wel als warme broodjes over de toonbank. De “early adaptors” zijn heel erg trots op hun aankoop, maar komen eigenlijk bekocht uit. De diensten werken vaak nog niet optimaal, het spul is meer dan dubbel zo duur als een jaar later en er is nog niet veel voor in omloop. Ooit toen de video recorders beschikbaar kwamen voor de consument, waren er amper films voor te koop. Net zoals nu het aanbod voor UMTS spul beperkt is. De industrie die het eerst met filmpjes voor die nieuwe platformen ging maken, was de sex industrie. Niet onlogisch. De meeste “early adaptors” zijn mannen en leuke dingen zijn leuker als ze gecombineerd kunnen worden met een nieuw speeltje. Wat het excuus is voor wat, blijft eigenlijk een beetje de vraag.

De voorliefde voor knopjes, piefjes en palletjes is ook op onverwachte plekken heel aardig te zien. Vijftig jaar geleden hebben mijn ouders een kinderwagen gekocht. Het enige dat op dat ding in te stellen is, is of de kap omhoog staat of niet. Vaders uit die tijd liepen niet achter een kinderwagen. Tegenwoordig wel. Doordat kinderwagens ontworpen worden door mannen en ze die dingen nu zelf gebruiken, zijn moderne kinderwagens aan alle kanten verstelbaar en zijn er bergen hulpstukken voor. Als je goed gaat zoeken, zul je waarschijnlijk zelfs winterbanden voor dat soort spul kunnen kopen. Hetzelfde geldt voor keukenapparatuur. Wie van jullie een moderne oven of magnetron heeft, weet dat die dingen aan alle kanten programmeerbaar zijn. In de praktijk gebruik je die vooraf ingestelde programma’s zelden of nooit. De mogelijkheden zijn hooguit een goed verkoop argument. Al die mogelijkheden maken de besturing moeilijker. Met een beetje pech moet je door een hele trits menu pagina’s worstelen voordat je ingesteld hebt dat je de oven 30 minuten op 190 graden wilt hebben.

Een video programmeren is voor mij over het algemeen geen probleem. Het komt er op neer dat je tegen dat ding moet zeggen dat hij $kanaal moet opnemen van $begintijd tot $eindtijd. Het enige lastige is uitvissen welk knopje van de afstandsbediening welke functie heeft, maar ook dat is redelijk voorspelbaar. Voor de rest rechttoe, rechtaan. Laatst was ik met een dvd recorder aan het spelen die gebruiksvriendelijker heette te zijn. Netto resultaat was dat ik halverwege het 3e submenu het spoor bijster was. Mijn schoonzus vond het simpel. Het zijn echt maar drie variabelen die je moet instellen. Wie dat soort ingewikkelde menu structuren verzint weet ik niet, maar die figuren hebben duidelijk een andere definitie van simpel dan ik. En dan wordt er van mij gezegd dat ik verknipt ben.

N.O.

maandag 5 januari 2009

zwelgjes

Je kent ze vast nog wel, zwelgbasten.

Hele fijne diertjes. Maar wat bedoelen we er nu eigenlijk mee. Een zwelgbast is voor mij een persoon die overal over kan zeuren.

Tijdens dat zwelgen voelt de zwelgbast zich fijn en dus gaat het zwelgen door, desnoods over he-le-maal niks.

Ga je op vakantie, is het uitgerekend het weer niet naar wens.
De trein is natuurlijk te vroeg/laat/vol/oud. Bovendien is het niet-roken beleid nog steeds een doorn in het oog.

Eenmaal aangekomen blijkt dat je best een stuk moet lopen naar de bungalow. De buren zitten net even te dicht op je vrijstaande bungalow.
Komen ze tot overmaat van ramp ook nog eens dingen lenen terwijl je net rustig geniet van de avond.

Het gaat sneeuwen als je naar buiten wilt voor een wandeling, of het sneeuwt juist niet terwijl dat wel tijdens het weerbericht werd beloofd.

Het water in het bubbelbad is te koud/duurt te lang/is te warm. De badolie is te sterk qua aroma/het aroma is niet krachtig genoeg.

Een infrarood sauna is toch niks vergeleken met een traditionele sauna (en dat is niks omdat het veel te droge lucht geeft).

De TV is kleinbeeld en het tv aanbod veel te mager. Bovendien is de ontvangst analoog ipv digitaal. En tijdens deze periode van het jaar zijn er alleen herhalingen of herhalingen van herhalingen. En als het al tv-premieres zijn, dan zeker niet de beste films.

Het koffie apparaat is gewoon ouderwets, en wie heeft dat tegenwoordig nou nog? Zijn er echt nog mensen zonder Senseo, puc of welke andere dure koffiemaker ook? Omdat je zo'n apparaat niet dagelijks gebruikt is de koffie na zetten natuurlijk te sterk of te slap. En dat ligt aan het apparaat!

Dan maar op de fiets naar het dorp om het leven met goederen aangenamer te maken. Er is een ruim aanbod supermarkten (AH, Plus, DekaMarkt, EmTe, Lidl, Aldi), maar wat jij als zwelger zoekt hebben ze geen van allen.

Het water smaakt hier wat naar klei. Het gas dat ze gebruiken om te koken is hier veel sneller. Daardoor kun je niet normaal koken en moet je uit nood gourmetten. Heel naar want dat apparaat is door je reisgenoten meegesleept, geheel tegen jouw advies in.

Enfin, je noemt het ook maar. Zo'n zwelger is heel gelukkig met zijn gezwelg. Zonder zwelgen wat hem betreft geen dag geleefd.
Zwelgen is een vorm van zwammen. En zwammen, daar zijn hele mooie exemplaren van:

Kom je nog eens zo'n zwam tegen, denk dan aan zijn menselijke wederhelft. De zwam is een parasiet die leeft op de restanten van anderen. Als je heel goed kijkt, dan zie je schoonheid in zowel de zwam als de zwelger. De dode stam is door de zwam van uitzonderlijke schoonheid geworden. Dus wat zich aan de voedingsbron van een zwelger bevindt, moet ook zeer mooi zijn geworden.

donderdag 18 december 2008

Helpen op een helpdesk

Onderstaand bericht ontving ik ooit van een zeer gewaardeerde schrijvende kennis.

Ik werk op een technische helpdesk. De bedoeling van een dergelijke instelling is dat je problemen die klanten hebben oplost, voor zover de baas vindt dat het opgelost moet worden. Een typerend gesprek bestaat uit een aantal onderdelen. Luisteren naar wat de klant het probleem vindt, uit de symptomen die de klant je probeert duidelijk te maken bepalen wat het probleem eigenlijk is, bepalen of dat volgens ons ook een probleem is, de oorzaak van het probleem achterhalen en dan het probleem oplossen, of tegen de klant zeggen dat hij zwaar pech heeft en wij hem niet gaan helpen.

Dat de klant iets een probleem vindt, wil niet zeggen dat de dienst dat ook een probleem vindt. Klant kan geen verbinding maken met internet vanaf 1 van z’n vier laptops. De andere drie werken. Klant zit achter in de tuin. Meer dan 10 meter afstand tussen modem en computer wordt niet ondersteund, meer dan 1 draadloze verbinding ook niet. De kans dat er afscherming / storing is op een dergelijke afstand is gewoon veel te groot. Daarnaast, als de andere laptops het wel doen, werkt ons spul. Klant wordt dus niet geholpen. Klant vindt het een slechte service, dreigt het abonnement op te zeggen, naar radar te gaan, z’n rechtsbijstand in te schakelen en het aan z’n moeder te vertellen. Klant wordt dus niet geholpen.

Verwacht van de gemiddelde beller niet dat hij meteen duidelijk weet te omschrijven wat het probleem is. Belachelijk vaak komt het voor dat de klant het houdt bij “hij doet het niet.”, of als je mazzel hebt “mijn telefoon doet het niet.”. Alsof wij dan meteen kunnen zien wat er precies aan de hand is. Hoogst zelden kom je tegen dat een klant het voorbeeldig doet. “Bij uitbellen heb ik een kiestoon, de DTMF piepjes, daarna een pauze van ongeveer tien seconde, daarna een bezettoon. Mensen die mij bellen krijgen een afgesloten toon. Op mijn modem brand alleen het USB lampje niet”. Blij van zo’n klant word je niet echt. Een dergelijke eenduidige en complete beschrijving van de symptomen indiceert een te grote kennis of veel te veel ervaring.

Voor het bepalen wat nu eigenlijk precies mis gaat, heb je meer of minder gegevens nodig. Het snelste kun je die krijgen door het te vragen aan de klant. Zelf uitzoeken is de andere mogelijkheid. Het probleem met de eerste optie is dat te veel klanten absoluut niet weten waar ze het over hebben. Een vraag als “welke modem heeft u”, stel ik eigenlijk helemaal niet om die informatie te krijgen. De volgende vraag is namelijk welke lampjes precies op dat ding branden. Daaruit haal ik wel welk model het is. Met de eerste vraag bepaal ik uitsluitend of de klant überhaupt weet wat een modem is. Verbazend vaak hebben klanten geef flauw idee. Zelfs nadat de klant de lampjes doorgegeven heeft, heb ik de neiging om ons systeem nog even te vragen welke modem het is. Klanten zijn niet te vertrouwen.

Als je een klant aan de lijn hebt waarvan je de indruk krijgt dat ie wel weet wat ie doet, moet je juist extra uitkijken. Het enige dat ik dan weet, is dat die klant overkomt alsof ie weet wat ie doet. Of dat ook echt zo is, moet nog blijken. Vaak uiteraard wel, maar ook vaak weet de klant minder dan hij doet voorkomen. Verbazend hoeveel klepels in Nederland op zoek zijn naar een klok. Heel af en toe heb je een klant die echt weet waar hij het over heeft en jou je gang laat gaan en ook precies doet, en niet meer, dan jij vraagt. Vaak geven die ook een probleem beschrijving zoals die boven staat. Kort, duidelijk en volledig. Het enige nadeel is dat die klant precies weet of jij aan het stuntelen bent, en vaak ook alleen maar bellen als er echt een probleem is, waardoor je snel in stuntel gebied komt. Eigenlijk zou je een puntensysteem voor klanten in moeten voeren. Bij genoeg punten mogen ze zelf kiezen of ze naar de eerste lijn willen of meteen naar de tweede lijn. Bij teveel punten moeten ze het zelf maar uitzoeken.

Collega’s zijn gevaarlijk om grofweg dezelfde reden. Je neemt snel aan dat je collega, bij zijn poging om de klant te helpen, alles gedaan heeft wat hij of zij zou moeten doen. Jammer genoeg komt het regelmatig voor dat je gestelde vertrouwen beschaamd wordt. Waarbij een gezonde, of eventueel zelfs ongezonde, dosis achterdocht zeker op z’n plaats is, is als de collega de klant het advies gegeven heeft om de modem te resetten en daarna een uur te wachten. Hoewel dat soms de goede handeling is, komt het ook regelmatig voor dat het laten resetten een soort van “neem twee aspirientjes en bel me terug als het morgen niet over is” actie is. De collega wist absoluut niet wat ie moest doen en is de klant kwijt, maar de klant heeft het idee dat ie goed geholpen is, Een punten systeem voor collega’s is misschien ook een goed idee. Iets met lijfstraffen.

Iets minder ideaal is een klant die weet dat hij niet bekend is met het spul, die precies doet wat jij zegt en dan liefst zonder dat je alles vier keer moet zeggen. Als je alles wel vaker moet zeggen, is het moeilijkste aan het gesprek om je geduld niet te verliezen, of dat in ieder geval niet aan de klant te laten blijken. Als de helpdeskmedewerker geïrriteerd is, is de klant dat ook vrij snel. Het microfoon uit knopje kan dan goed dienst doen. “Zou u op de startknop willen klikken? …. De Windows startknop…. Die knop links op de onderste grijze balk op uw scherm… De _windows_ start knop inderdaad, sukkel” … Met de linker muisknop ja…. Één keer.”.

Eigenlijk kan ik helemaal geen klant verzinnen die geen nadeel heeft. Sterker nog, veruit de meeste ergernissen komen direct of indirect door klanten. Anders gezegd, dit zou een prachtige baan zijn, als we niets met klanten te maken zouden hebben.

N.O.

maandag 15 december 2008

Life's domino


Alles is onderling verbonden. Nog nooit over nagedacht? Laat mij maar eens...

Je loopt op straat en slentert wat op weg naar huis. Midden op de weg worstelt een regenworm op weg naar de overkant. De ondergrond is kurkdroog en de regenworm heeft geen schijn van kans. Je haalt je hand over je hart en gunt deze regenworm een tweede ronde.

Met wijsvinger en duim pak je de worm voorzichtig op en legt hem in de berm. De worm herkent de omgeving en begint als een gek te graven.
Hij knabbelt zich door de bladeren heen alsof er niks anders in de wereld te doen valt (is voor een regenworm waarschijnlijk ook zo).

In een korte tijd ontstaat er een formidabel mooi stuk grond, zo vruchtbaar als maar kan. Een koolmees vliegt over en laat wat verteerde zaden in de grond vallen. De zaden ontkiemen en er ontstaat een mooie bessenstruik. Vogels uit de hele omgeving komen op de bessen af.

Met al deze vogels bij elkaar komen er ook rovers op af. Alle katten uit de buurt weten dit fast food plekje te vinden en veel van deze rovers vangen hier een smakelijk hapje. De katten in deze buurt vermaken zich prima.

Zo ook Tony, de zwart-witte kater. Hij is al flink vet, maar toch vangt hij een roodborstje dat op de grond onder de struik op zoek was naar afgevallen bessen. Hij likt zijn lippen af en wast zijn neus. Trots waggelt hij op weg naar huis. Hij steekt de weg over op weg naar zijn mandje aan de verwarming thuis.

Met snerpende banden probeert een brommer de kat te ontwijken. Hij slipt en glijdt over de weg naar een paaltje. De bestuurder van de brommer waande zich onschendbaar en draagt natuurlijk geen helm. "Is funest voor je kapsel" was zijn argument.
Zijn kapsel red hem nu niet en met een klap splijt zijn schedel. Hij sterft ter plekke. De verder overstekende kater is het laatste dat op zijn netvlies komt..

Tragisch, of niet soms?

Besef je wel dat jij degene was die de worm hielp bij het oversteken.

Wanneer zal de politie komen om je op te pakken?
Dood door schuld zal toch minimaal de aanklacht zijn.

zondag 14 december 2008

Ongelijkheid

Leningen. Hoe verschillend kunnen we omgaan met geleende bedragen. Nou,.. geloof me,.. heel verschillend. Laten we drie situaties naast elkaar zetten.

De kleine burger
Wij burgers lenen een bedrag bij een bank, laten we als voorbeeld een bedrag van 10.000 euro nemen.
We betalen een tijdje en komen dan in de problemen. We kunnen het niet meer opbrengen. Natuurlijk nemen we contact op met de kredietverstrekker om te overleggen of de betalingen niet over een langere periode (en dus een lager maandbedrag) mogen plaatsvinden. Maar dat kan niet.

We proberen het nog een tijdje, komen ernstig achter met betalen. De kredietverstrekker verliest zijn geduld en verstuurt herinneringen en aanmaningen. Onze inkomsten worden daar niet ineens beter van en dus blijft de vordering openstaan.
De vordering wordt uit handen gegeven aan een incassobureau. Die verhoogt het saldo met incassokosten. Overleg met dit bureau leert dat ook hier geen coulance kan plaatsvinden. Het is nu of niet!

Na alweer een poosje is ook het incassobureau er flauw van. Zij stappen naar de rechter en die biedt de kredietverstrekker en het incassobureau de mogelijkheid om inkomsten en eigendommen op te eisen. Het geld moet voldaan worden, linksom of rechtsom.

Uiteindelijk blijven we triest achter. Een illusie minder en vaak ook zonder echt bezit.

De bank zelf
Als bank zijnde wordt het een stuk makkelijker.
Je komt een aantal miljoenen of miljarden tekort en dan heet het plotseling kredietcrisis. In dat geval springt de overheid royaal in. Natuurlijk helpen ze de bank en storten ruimhartig ons belastinggeld naar deze wanbeheerder van groot geld. Gelukkig wordt hierdoor een bank gered die de burger via de rechter kan laten veroordelen tot 100% betaling van vordering en bijkomende kosten.
Het totale bedrag aan reddingskosten verhalen onze bestuurders wel op ons burgers.


De overheid dan maar
Als rijk land-bestuurder kun je het natuurlijk niet maken om al het geld in je eigen land te houden om daar de armoede te laten verdwijnen.
Dat werk laat je gewoon liggen en de sores leg je in handen van organisaties als Leger des Heils en Voedselbanken. Die vragen ons als burger om hulp en in toenemende mate doen we dat ook met z´n allen.
De overheid ziet dat dat goed gaat en knikt tevreden.

Als rijk land-bestuurder kun je nu gigantisch veel geld overmaken naar een land waar nog meer armoede is dan in je eigen land. Je kiest dan natuurlijk het land dat het het aller-aller-allerslechtst heeft. Land X besteed het geld aan zakken voedsel, watercontainers, huizen voor de beheerders van het ontvangen geld, wapens om zich te verweren tegen de grote boze buitenwereld etc.

Na een flinke poos vraagt onze bestuurder om terugbetaling van het geleende bedrag. De baas van dat land schokt zijn schouders en plengt een traantje. Hij wijst op al die arme kindjes met hun bolle buikjes en keert zijn zakken binnenstebuiten.
Tegen zoveel drama kunnen we niet op. We overleggen met onze medebestuurders ('jongens, daar is geen cent meer te halen') en schelden het totale bedrag, inclusief de inmiddels astronomische rente, gewoon kwijt.

Dat bedrag is wel uit de schatkist verdwenen en dus moeten de belastingen omhoog en de toeslagen omlaag. Die burgers in dit land slikken alles voor zoete koek, dus dat is geen probleem.

Geld is een raar iets. Er lijken wel gradaties te zijn in bezit en gemis.

zaterdag 13 december 2008

Illusies verdwijnen


Bij thuiskomst tref je de deur geforceerd.
Als je naar huis wilt fietsen blijkt te fiets van eigenaar gewisseld.
Bij de kassa wil je pinnen, maar je pas zit niet meer in je tas; je portemonnee ook niet.

Kleine ergernissen, grote gevolgen.

Naast het verlies van dat wat nu niet meer van jou is, komt nu een periode waarin je geoefend wordt in het beheersen van je woede.

"Nu pas?", zul je denken. Het antwoord is helaas een volmondig Ja. Nu gaat het beginnen...

Je eerste actie is vaak het een ander vertellen. Je partner, buurman of -vrouw, een kennis of zomaar iemand die kijkt om te zien wat je is overkomen.

En dan komt het.
Dé reactie.

"Oh, dat gebeurt zo vaak hier in de buurt"
"Is ook logisch met zo'n slot"
"Dat krijg je als je een tas opzij/op je rug draagt

Vol goede moed bel je de politie. Je vertelt wat er is gebeurt. Natuurlijk verzoeken ze je om langs te komen om aangifte te doen.
En dat komt goed uit, dat was je ook van plan.

De volgende dag, onderweg naar werk, ga je langs bij het bureau dat op je weg ligt. Je stapt naar binnen en geeft aan dat je aangifte wilt doen van een misdrijf.

Maar dan komt het. Je mag hier geen aangifte doen. Dat moet je doen op het bureau dicht bij je woonadres. Of juist op het bureau waar de plaats van het misdrijf onder valt. In ieder geval sta jij nu bij de verkeerde balie en is het einde verhaal.
Stoom komt langzaam uit je oren, maar de balie agent is al met iets anders bezig.

Briezend stap je naar buiten en dendert door de straat. Hoe komen ze er op? Tijdens het marcheren bedenk je dat er ook een andere kant van het verhaal is. Natuurlijk is het logisch dat je geen aangifte kunt doen op het andere kantoor. Er is immers geen communicatienetwerk tussen de aparte bureautjes. En natuurlijk pakken ze de boef op bij dat andere bureau. Dus ga je opgebeurd op weg naar het kantoor van je aangifte.

Je stapt naar binnen, knikt begrijpend naar de koffiedrinkende agenten op de achtergrond en meld je bij de balie. Je geeft aan dat je aangifte wilt doen van een misdrijf.
De balie agent knikt begrijpend. Toch weet hij je stemming direct weer op een historisch minpunt te brengen. Aangifte mag je doen nadat je een afspraak hebt gemaakt. De type-agent is er blijkbaar niet. Bladerend in de agenda in de computer (wauw) komt hij tot een afspraak die overmorgenmiddag tijdens je werktijd kan plaatsvinden.
Je probeert nog te overleggen ("dan ben ik aan het werk, kan het buiten mijn werktijd om?". Maar het blijkt dat de type-agent dezelfde werktijd heeft als jij.

Zelfs van de rijmpiet was er vroeger meer dan één. Maar deze type-agent is enig in zijn of haar soort.

Helaas wordt je door je verzekering gedwongen om je te onderwerpen aan dit verschijnsel (geen aangifte bij de politie betekent ook geen aangifte bij de verzekering en dus geen vergoeding).

De dag van de aangifte snap je volledig hoe machteloze woede voelt. De met slechts één type vinger uitgeruste type agent is de volle anderhalf uur bezig om te verwoorden waar wat is gebeurt. Nadat je berustend een handtekening hebt gezet onder het papier dat je verzekering graag wil ontvangen, wacht je nog een klein kwartier op de kopie. Dan verlaat je het pand, volledig van al je verwachtingen ontdaan.

Dit is niet waar de misdaad oplossende agent werkt.

Gelukkig betaalt de verzekering een bedrag uit waar je een tweedehands wat je ook maar kwijt was van kunt kopen. En blijf je achter met een verhaal extra om te vertellen aan de visite en een illusie minder om te koesteren.

Wie schrijft die blijft



In deze blog schrijf ik ergernissen van mij af.

Het gaat niet specifiek om dingen die mij gebeuren, meer om dingen die me verbazen in de maatschappij. Soms hele kleine ergernissen, soms wat op de rand van acceptabel.